Hoe word je een bewuste co-ouder – Deel 3

7 september 2019 0 Door Bewustco-ouder

De eerste die J., mijn co-ouder in spe, ontmoette van mijn familie, was A. 

A. ken ik al heel erg lang. Zij was altijd de vriendin van mijn opa en meer niet. Dit veranderde nadat ik bij haar kwam wonen toen mijn eerste relatie eindigde. We hebben elkaar in die 8 maanden tijd goed leren kennen en ik kon en kan altijd zo goed met haar praten. Ze was/is als een soort van tweede moeder voor mij geworden. Haar ‘oordeel’ over J was dan ook erg waardevol voor mij.

Tegelijk met die ontmoeting hadden we een afspraak bij de klinisch geneticus in Groningen. Dit om alles te weten te komen over de overerving van mijn erfelijke ziekte en wat de mogelijkheden omtrent PGD (preïmplantatie genetische diagnostiek) precies waren. Ik wist echt al heel veel hierover, had me goed ingelezen, maar voor J. was het allemaal nieuw. Achteraf gezien waren we echt heel erg blij dat A. mee was, want zij stelde vragen waar wij niet aan dachten en het was fijn, een extra paar oren erbij.

Na die afspraak met de klinisch geneticus hebben we nog wat gedronken bij een cafeetje en verder gesproken over PGD. We hadden zoveel informatie over ons heen gekregen, dat het fijn was om er nog over te praten. 

De eerste indruk van A. over J. was heel erg goed. Ze vond hem een leuke man en goed bij mij passen, als vader van mijn kind(eren) en gewoon als vriend in mijn leven. J. vond A. ook een fijne vrouw en zo was de eerste kennismaking met familie een feit! 

De echte reden voor die ontmoeting, namelijk de afweging of we voor PGD gingen, heeft ons nog wel een aantal maanden beziggehouden. We hebben veel over de mogelijkheden gepraat, met elkaar maar ook met vrienden/familie en met mensen die hier niet voor hadden gekozen.

Uiteindelijk hebben wij ervoor gekozen om het niet te doen. We vonden het niet maakbaar. Je sluit één ziekte uit, maar een kind kan nog zoveel andere ziektes krijgen, daarbij waren er nog een aantal andere redenen om er niet voor te kiezen, maar die redenen houden wij voor onszelf. 

Ik vond het heel erg moeilijk om dit aan mijn moeder te vertellen, er was immers een grote kans dat ik mijn ziekte zou kunnen doorgeven. Ze was het er inderdaad niet mee eens, maar zei tegelijkertijd: ‘M., het is jouw leven en jullie keuze’.

De andere ontmoetingen tussen mij en zijn familie en hem en mijn familie gingen goed, maar eigenlijk had ik dat van tevoren wel verwacht. We lijken namelijk echt veel op elkaar en niet alleen wij, maar ook onze familie. Toch wel heel erg bijzonder blijf ik dat vinden. We kregen er gewoon beide een ‘schoonfamilie’ bij en zo voelt het nog steeds.

Ik weet het moment dat ik hem ging vragen wanneer we nou voor de eerste ronde gingen nog zo goed. Ik was al maanden aan het temperaturen en testen met ovulatietesten. Ik kende mijn cyclus door en door en was ook al begonnen met foliumzuur slikken, maar een echt moment hadden we nog niet geprikt. 

Op die bewuste dag was hij naar mij toegekomen en of all places zaten we die dag, het was rotweer en regende de hele dag, in een cafeetje in Meppel. Ik was weer vreselijk zenuwachtig, omdat ik het die dag wilde vragen. Toen ik naar het toilet ging heb ik mezelf toegesproken in de spiegel (uiteraard niet hardop): ‘M., je gaat het NU vragen aan hem!’ en ik gaf mezelf een spreekwoordelijke schop onder mijn kont. 

Ik zat nog niet aan tafel toen ik het er al had uitgefloept: ‘Wanneer gaan we beginnen?’. Zo als dat niet duidelijk was. Hij was een beetje overrompeld, maar na een beetje heen en weer gepraat, en idiote zaken uit de weg willen gaan (ik vond het raar als mijn uitgerekende datum rond mijn verjaardag zou zijn bv), kwamen we uit op oktober. Oktober 2014 dan gingen we aan de slag met de 1e ronde!